|
|||||||
Het begin
Everhard Bungartz werd op 5 december 1900 geboren in Keulen (D). Hij trouwde met Gretel Asbach uit Rüdesheim, een dochter van de heer Hugo Johann Asbach. Deze was sinds 1928 de eigenaar van de wijnstokerij vorm. Gebr. Macholl AG, aan de Neumarkterstraße 17 in München 8 / Berg am Laim. De foto toont Dr. Bungartz in december 1943.
| |||||||
Eerste eigen modellen
Bungartz breidde nu eerst de fabrikatiemogelijkheden voor de Siemens-grondfrees uit en voegde aan dit eerste type in 1937 de Bungartz L3 met 4,5 pk DKW-motor toe, die als opvolger bedoeld was van de vroeger door Siemens geïmporteerde Zwitserse SIMAR-machines C2 en C3. In de volgende jaren verbeterde men de Bungartz grondfrees K5, bouwwijze Siemens (sterker drijfwerk, wielkoppelingen, krachtigere motor) en ook de L3 (2000 stuks geleverd), tot zich uit deze machines uiteindelijk de types 6 pk F70 en 4,5 pk F40 ontwikkelden. Als nieuwe machine bracht men de sterkere F90 met 8,5 pk DKW-motor uit. Omdat er naast de grondbewerking met freesmachines, tengevolge van de toenemende personeelstekorten in de tuinbouw behoefte ontstond aan een gemotoriseerde cultivator, ontwikkelde Bungartz voor dat nieuwe toepassingsgebied de motorhak H2 en zijn opvolger, de motorhak H3.
In de herfst van 1939 beschrijft de heer Johannes Sembdner, Bungartz-handelaar in Germering bij München, zijn ervaringen met o. a. de Bungartz L3: Meer dan 30 machines in een paar dagen verkocht en door mij gedemonstreerd! Daarbij waren 3 klanten die al hun tweede Bungartzfrees, bouwwijze Siemens kochten!
In de oorlog
Hoewel mij van nationaalsocialistische sympathiën bij Bungartz absoluut niets bekend is, was men in 1941 wel trots op de bijdrage van de Bungartz-frezen aan de Duitse economie. Groenten en fruit namen in de oorlogstijd een steeds belangrijkere plaats in bij de voeding van de bevolking, uiteraard moest daardoor de tuinbouw steeds grotere inspanningen leveren. Ondanks het gebrek aan arbeiders en trekdieren konden de groententelers vooral door de inzet van grondbewerkingsmachines hun gigantische taak volbrengen. Vele bedrijven zouden zonder freesmachine hebben moeten stoppen, zoals vele toenmalige eigenaren aan de handelaren bevestigden. "Duizenden Bungartz-frezen zullen zo tot welzijn van hun eigenaren en van het hele Duitse volk een zegenrijke arbeid in de voedselvoorziening verrichten. Bungartz is leidend zowel in Duitsland als in de export. Zo komt de levering van Duitse kwaliteitsprodukten aan het buitenland door hun opbrengst aan deviezen en belangrijke importgoederen ook weer de Duitse economie ten goede."
Dat de verkoop tijdens de Tweede Wereldoorlog niet stilstond, tonen de verkoopscijfers van Bungartz-frezen:
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Bungartz-fabriek in München zwaar te leiden van de geallieerde bombardementen. Deze fotos tonen de herbouw van vernielde fabriekshallen in 1944:
In 1953 had Bungartz & Co. alweer circa 350 medewerkers. Van 1945 tot 1953 leverde men 8000 hakfrezen en 11.500 tweewielige trekkers uit, waarvan er echter 20 % nog bij toeleveranciers waren gemaakt. Oorzaken voor de grote vraag naar Bungartz-frezen waren de verwerking van hoogwaardig materiaal en de goede afdichting tegen vuil en stof.
De grote tweewielers
Ook de zelfgebouwde Bungartz-aanhangers bleven natuurlijk leverbaar. Personenwagen-aanhangers bouwde Bungartz in ieder geval nog tot de oorlog, de aanhangers voor tweewielige en vierwielige trekkers werden tot in de zestiger jaren doorontwikkeld en in vele varianten aangeboden.
De kleine tweewielersUit de middelzware tweewielfrees F40 waren intussen de Bungartz F55 en FR voortgekomen, waarbij de laatste twee voor- en twee achteruitversnellingen alsook optionele wielkoppelingen had. Beide waren met 6 pk TWN-motor leverbaar, de FR ook met 6 pk Ilo tweetakt- of Universal viertaktmotor. De Universal-motor werd betrokken bij de firma Alfred Berning in Schwelm (Westfalen), die deze benzinemotoren in licensie bouwde voor de Zwitserse firma Universal.
Ook in deze categorie tweewielers wilden de tuinders meer gebruiksmogelijkheden hebben. In 1953 werd daarom de Bungartz H4 geïnstroduceerd, een machine met vier voor- en twee achteruitversnellingen. Er leken ongelooflijk veel mogelijkheden in het relatief kleine drijfwerk ingebouwd te ziten. De toepassing van de gepatenteerde Bungartz snelkoppeling maakte het wisselen van de aanbouwwerktuigen zeer eenvoudig. De motor was een 5 pk benzinemotor, eerst van TWN (H4 serie 1), later van Fichtel & Sachs (H4 serie 2, 3 en 4). De H4 had een hele serie opvolgers, waarbij telkens meer mogelijkheden in het haast gelijkvormig blijvende drijfwerk verstopt werden: De Bungartz FRNK was hiermee intussen natuurlijk uitgegroeid tot een middelzware tweewielige trekker.
Middelzware tweeielige trekkersKlaarblijkelijk vond een deel van de klantenkring de Bungartz FK te gecompliceerd, en daarmee te duur. Daarom stelde men in 1963 de Bungartz H6 voor, op de markt gebracht onder de benaming Bungartz F6. Deze machine had alweer een kompleet nieuw drijfwerk, ditmaal sterk vereenvoudigd en met kegeltandwielen in plaats van de tot dan toe gebruikelijke wormoverbrenging. Deze machine was uitgerust met drie voor- en een achteruitversnelling, en een op slechts 1 wiel werkende wielkoppeling om te sturen. De versnellingen waren perfekt gepositioneerd voor frees-, ploeg- alsmede transportwerk. Voor transportdoeleinden konden als extra naast de drijfwerkrem nog op beide wielnaven werkende bandremmen opgebouwd worden. De F6 kon weer met een heel scala aan verschillende motoren aan alle wensen van de klant voldoen. Zo was daar de Sachs tweeslagmotor, maar ook de 9 pk sterke BMW Industriemotor type 403 (een aanpassing van de BMW Isetta-motor). Het meest ziet men de F6 echter met de 7 pk vierslag dieselmotor E79 van de firma Hatz, Ruhstorf. Voor de kwaliteit van de F6 spreekt wel, dat hij bijna 30 jaar nieuw leverbaar bleef, en nog steeds veel gevraagd is.
VierradschlepperSuccesvoller dan de T3 werd de in 1956/57 ontwikkelde 12 tot 13 pk sterke Bungartz T5, ditmaal op basis van de tweewieler L5. Helaas kwam hij precies op het tijdstip uit, dat de markt voor agrarische trekkers drastisch ineenkromp. Zeker was de T5 niet voor ieder bedrijf bedoeld, des te meer echter als speciaaltrekker voor intensieve rijencultures alsook voor onderhoudswerk. Bungartz bleef dus met de grootschalige tuinbouw, een belangrijke afnemer voor de Münchener tweewielers, in nauw contact. Hiermee in overeenstemming was de techniek: smalle bouwwijze, geschikt voor hellingen, motorhydrauliek, goed doordacht drijfwerk en zeer wendbaar met de kleinst mogelijke draaicirkel, aangevuld met uiteenlopende aanbouwwerktuigen zoals frees, beregeningpomp of persluchthamer; deze toonde, dat Bungartz met de T5 wel wat bijzonders had geschapen. Opmerkenswaardig is nog de gepatenteerde 90-graden-stuurinrichting. Deze maakte een welhaast haakse wieluitslag mogelijk, welke, geholpen door grote wielremmen, wenden rond een van de achterwielen toestond.
Nieuwe Bungartz-fabriek
Het zwaartepunt in de ontwikkeling van de firma Bungartz & Co. lag bij roterende grondbewerkingswerktuigen. Deze werktuigen zijn overal op hun plaats, waar humusrijke grond voor intensieve cultures voorhanden is, dus voornamelijk in de tuinbouw. Bovendien is deze soort van grondbewerking in de bosbouw, in de fruitteelt en in de wijnbouw zeer geschikt. Bijzondere betekenis heeft de grondbewerking met roterende werktuigen in hete gebieden, zoals het Middellandsezeegebied, in Zuid-Afrika en Zuid- en Midden-Amerika. Bij de daar optredende omstandigheden is een grondbewerking überhaupt slechts met bijzonder robuuste roterende werktuigen mogelijk. Vandaar dat de firma Bungartz & Co. begin 1958 een export-aandeel van meer dan 40 % had. Zij beheerste met haar trekkers en speciale aanbouwwerktuigen voor roterende grondbewerking het Middellandsezeegebied, daarnaast werden de machines in meer dan 60 landen wereldwijd verkocht.
De groei van de aktiviteiten maakte de uitbreiding van de fabrieksgebouwen noodzakelijk, die begin 1958 in gebruik genomen konden worden. Aan de Neumarkter Straße werd een zeer moderne fabriek met bijpassende kantoren, tentoonstellings-, klantenservice- en opslaggebouwen opgericht. De fabriek had toendertijd meer dan 320 werknemers, leidinggevenden en leerlingen in dienst. De firma Bungartz & Co. had tegen 1958 meer dan 36.000 trekkers van uiteelopende aard en grootte gemaakt. Daar er daarvoor Siemens-frezen gebouwd werden, kan men de bij de firma Siemens & Halske geproduceerde machines optellen bij de ervaring van Bungartz, zodat de firma Bungartz & Co. toendertijd op ervaring bij het bouwen van ongeveer 50.000 trekkers en grondfreesmachines kon terugblikken. De firma Bungartz & Co. zelf had tot 1958 aan lonen en salarissen 14,3 miljoen Mark uitbetaald. In deze periode werd aan sociale lasten (werkgeveraandeel) 2,1 miljoen Mark en aan loonbelasting nog eens 2,1 miljoen Mark opgebracht. De aktiviteiten van de firma Bungartz & Co. hebben de Beierse economie dus tot 1958 in totaal 18,5 miljoen Mark opgeleverd.
De waarde van de nieuwbouw aan de Neumarkter Straße bedroeg inclusief de grondkosten 1,85 miljoen Mark. Aan machines en gereedschappen werden bij de bouw nog eens 1,8 miljoen Mark geïnvesteerd. De stijgende omzet in de tweewielige-trekkerindustrie (in tegenstelling tot de normale trekkerindustrie) en de uitbreiding van de verkooporganisatie van de firma Bungartz & Co. hadden in het jaar 1957 een netto-omzet van ruim 8 miljoen Mark als resultaat.
Bungartz in het buitenlandIn de USA werden voornamelijk Bungartz vierwieltrekkers geleverd, waarvan de meeste van het type T5. Deze werden verkocht via de alleenimporteur voor Canada en de USA, Burton Supply Co., Inc. in Youngstown (Ohio). Men had bijkantoren in Columbus (Ohio), Dunkirk (Ohio), Bedford (Pennsylvania) en Harrisburg (Pennsylvania).
Weinig succes had de door Bungartz gezamenlijk met motorenfabrikant Hatz, Ruhstorf, in Brazilië gestarte onderneming, om via de firma Agrisa een licentiefabrikage van de Bungartz-trekker T5 op te zetten.
Nieuwe produktenIn 1959 presenteerde Bungartz een opvolger voor de H3N: de Bungartz H1 was de eerste eenwielige motorhak uit de Münchener fabriek. Uitgevoerd met een 2,5, later 4 PS Sachs-benzinemotor konden tot 1968 rond de 5500 exemplaren van deze motorhak verkocht worden. Tegen het einde van de produktie was hij ook met een 6 pk Ilo-motor leverbaar. Door de opbouw met slechts een, aangedreven, wiel in plaats van twee zoals bij alle voorgaande Bungartz-motorhakken, vergrootte men de inzetbaarheid ervan vooral bij onkruidbestrijding in rijencultures. Halverwege de zestiger jaren ontstond bij tuinders de vraag naar kleinere trekkers. Daarom ontwikkelde men een smalle uitvoering van de T5 en de T7, Bungartz T5E respectievelijk T7E genaamd, waarvan de grootste breedte 73 cm bedroeg. Deze werden aangedreven door een 13 of een 16 pk Hatz-diesel of 29 pk VW-motor. Het kon nog kleiner: de op de tweewieler F6 gebaseerde Bungartz T4 was uitgerust met een 7 pk Hatz-dieselmotor, had 3 vooruit- en 1 achteruitversnelling. Met behulp van een handpomp kon de hydraulische hefinrichting bediend worden. Vooral in de Hollandse kassencomplexen werd de T4 ingezet voor frees-, spit- en transportwerk.
Samen verder
De verkoop liep bij Bungartz op zich niet slecht, maar meer dan 300 nieuwe trekkers per jaar wilden het gewoon niet worden. Zonder enige twijfel lag dit aantal te laag om de teruglopende frezenproduktie enigszins te compenseren. Allen buitenstaanders waren nog verrast, toen in 1965 bekend werd gemaakt dat Bungartz een groot deel van zijn Münchener fabrieksgebouwen aan de schokdemperfabrikant Boge GmbH had verkocht.
In de regio's met intensieve hop-, wijn- en groententeelt werd eind zestiger jaren door de vierwielaangedreven smalspoortrekker Bungartz T8DA met 30 pk Deutz-dieselmotor, alsook door de nog sterkere Bungartz T9HA50 met een 50 pk Hatz-motor talloze vrienden gemaakt. De Bungartz T8DA was gebaseerd op de Dexheimer Allrad 222, welke door de Maschinenfabrik Dexheimer GmbH in Wallertheim gebouwd werd. Dexheimer ontwikkelde de Allrad 222 in 1965. Daar men niet de toereikende capaciteit had om genoeg van deze trekkers te maken, gaf Dexheimer aan Bungartz&Peschke in 1968 een licentie af voor de fabricage van vierwielaangedreven trekkers. De Dexheimer Allrad 222 had een 22 pk tweecilinder Farymann vierslag V-dieselmotor. De maximale breedte bedroeg 68 cm en hij was bedoeld voor het werken op hellingen tot 50 %. Dexheimer bouwt nog steeds tuinbouwtrekkers. De T8 en T9 hielpen Bungartz & Peschke in 1969 aan de beste jaaromzet ooit, met 459 nieuwe trekkers. Daarna zakten de verkoopcijfers echter weer tot een bedrijfsmatig onbevredigende hoogte af.
Einde van een succesverhaal
Met de verkoop van de produkten plantsoenen- en wijnbergtrekkers aan de firma Gutbrod, Saarbrücken-Bübingen in 1974 eindigde het tijdperk Bungartz in de Duitse trekkerbouw. Hieraan had men niet zo zeer vanuit het oogpunt van aantallen verkochte trekkers, des te meer echter met hun consequente ontwikkeling van speciaaltrekkers belangrijke impulsen gegeven. De firma Gutbrod bouwde de T8, T9 en Kommutrac nog enige tijd zelf en ontwikkelde daaruit nieuwere tuinbouwtrekkers. De firma Karl Peschke fabriceerde de Kommutrac ook nog verder, tevens ook de tweewieler F6. Uiteindelijk kocht in 1976 de firma Gutbrod ook de Hornbachse fabrieksgebouwen zelf, en begon daarin een moderne gazonmaaierfabriek.
Anno 2003 is in Hornbach van de firma Bungartz & Peschke niets meer te vinden. Aan de Gutbrodstraße bevindt zich nog het fabrieksgebouw, waar tegenwoordig MTD-gazonmaaiers van de band rollen. Zo te zien worden de maaiers niet op het eigen grasveld uitgeprobeerd... De PEKAZETT (PKZ = Peschke Karl Zweibrücken) kranen worden nog steeds gebouwd door KSD Kransysteme GmbH in Zweibrücken. De firma Bungartz & Co. stond onder leiding van Dr. Everhard Bungartz, die door zijn bedrijfsmatige vooruitblik in de loop van meer dan een kwart eeuw uit een toenmalig verhoudingsgewijs klein bedrijfje, een firma met wereldfaam schiep, welke zelfs door moeilijke tijden heen ook door de buitenlandse concurrentie erkend werd. In de loop van 40 jaar heeft men 30 verschillende trekkertypen ontwikkeld, en daarnaast nog eens 50 typen motorhakken en tweewielige trekkers. Dr. Bungartz stierf in 1984.
Holter Maschinenhandel
De complete onderdelendienst van de firma Bungartz & Peschke werd op 1 juni 1974 aangekocht door de heer Josef Bachmaier, voor zijn Holter Maschinenhandel in Schloß Holte-Stukenbrock. De heer Bachmair, in 1926 geboren, werd in 1941 koopmansleerling bij Bungartz in München. Sinds die tijd is hij ononderbroken in de machinehandel werkzaam geweest: vanaf 1941 in de technische binnendienst, van 1955 tot 1969 in de buitendienst. Op 1 januari 1970 begon hij voor zichzelf met de oprichting van de Holter Maschinenhandel, en verwierf de fabrieksvertegenwoordiging voor Bungartz & Peschke alsmede na verloop van tijd voor vele andere fabrikanten. Tot 1992 werden bij de HMH nog Bungartz F6 gemaakt. Nog steeds heeft men vele Bungartz onderdelen in voorraad, of laat ze zelfs nieuw bijmaken.
|
© 1996-2007 Michiel Hooijberg, Bungartz.nl. |