plaatje plaatje
Bungartz geschiedenis
Homepage
Siemens
Bungartz
Models (EN)
Modellen (NL)
Typen (D)
History (EN)
Geschiedenis (NL)
Geschichte (D)
Register
Berning
Literature/
Unterlagen
Spring tines/
Federzinken
Ads page/
Anzeigen
Shows
Photos
FAQ (and answers)
Links
Michiel
Contact

Het begin

plaatje

Everhard Bungartz werd op 5 december 1900 geboren in Keulen (D). Hij trouwde met Gretel Asbach uit Rüdesheim, een dochter van de heer Hugo Johann Asbach. Deze was sinds 1928 de eigenaar van de wijnstokerij vorm. Gebr. Macholl AG, aan de Neumarkterstraße 17 in München 8 / Berg am Laim.
De foto toont Dr. Bungartz in december 1943.

plaatje Dr. Bungartz had in 1933 een zeer goede en zekere baan bij de firma I.G. Farbenindustrie in Frankfurt a.M.-Griesheim. In de tweede helft van 1933 benaderde zijn toenmalige schoonvader, Hugo Asbach, hem met het voorstel om in München een machinefabriek te beginnen, om de leegstaande gebouwen van de firma Macholl te benutten. Ondanks zijn goede baan kon hij de verleiding om zelfstandig ondernemer te worden, niet weerstaan. Hij nam op 1 april 1934 afscheid bij de I.G. Farbenindustrie en startte in München de firma Bungartz & Co, in de gebouwen waar tot lang daarna nog het bedrijf gevestigd zou blijven.

plaatje Het voorstel van de heer Asbach werd ingegeven door de ontwikkeling van een nieuwe, goedkope tweepersoonsauto. Deze werd ontworpen door Josef Ganz, een Duitse ingenieur afkomstig uit het Hongaarse Boedapest. Ganz bouwde begin 30-er jaren verscheidene kleine auto's, zoals de Standard (Gutbrod) "Superior", een Ardie, de Adler "Maikäfer", en de Bungartz "Butz". Na de machtsovername door de nationaalsocialisten in 1933 moest Ganz om de jodenvervolging te ontgaan naar Liechtenstein uitwijken. Daar richtte hij een klein ontwerpbureau in en bouwde weer een prototype, de "Erfiag" met een Motosacoche motor. Voor de Zwitserse firma Rapid Motormäher AG in Zürich bouwde Ganz in 1945 een nieuwe auto met de gelijke naam "Rapid". Josef Ganz werkte later voor Holden in Australië en stierf in 1967. De Bungartz "Butz" (zie foto) werd vermoedelijk slechts 1 jaar gebouwd, tot Bungartz van de firma Siemens het patent voor grondfreesmachines, inclusief de fabrikage ervan, overnam. Interessant is dat de rond het eind van de dertiger jaren door Ferdinand Porsche gekonstrueerde, door Adolf Hitler gewenste Volkswagen vele kenmerken bezat van de reeds eerder door Josef Ganz gebouwde Kleinwagen.

plaatje plaatje Naast personenauto's bouwde Bungartz & Co. (Fahrzeugbau und Maschinenfabrik, Abteilung Anhänger) daarvoor ook bijpassende aanhangwagens. Deze werden gebouwd onder de merknaam Butz, met passend embleem, waarvoor zo te zien een gestroomlijnde aanhangwagen model heeft gestaan. Het chassis werd door specialistische automobielontwerpers gemaakt volgens de modernste inzichten in de voertuigbouw: chassis met een centrale buis, onafhankelijke vering en vooral een nieuwsoortige wielophanging. Deze gaven de aanhangers een wegligging, die door geen ander fabrikaat werd overtroffen, ze konden niet slingeren of slippen.

plaatje Naar wens van de klant kon er op het onderstel een reeks aan verschillende opbouwen geleverd worden, zie de modellenpagina. Zo konden er in de aanhangers 600 liter melk inclusief de kannen, of een geslachtte koe, of een set gereedschapskisten, of bagage voor een groot gezin met tenminste 3 huwbare dochters... Seriematig leverde Bungartz aanhangers met open laadbak, met achterklep, met deksel, met zeil en huif, met vlakke opbouw, met hoge opbouw. Er waren aanhangers met lattenrooster, met verdiepingen, met zink bekleed, met gestofferde wanden, met losse koffers.
plaatje Zelfs leverde Bungartz & Co. in samenwerking met Sport-Berger-Werk in Rotschwaige-Dachau (Oberbayern), een vouwwagen, de Auto-Wohnwagen "Hausdabei". Deze kon in 3 seconden opgezet worden, kostte in standaarduitvoering 690 Reichsmark, kon echter met alle denkbare luxe extra's uitgebreid worden.

plaatje Bungartz-fabriek voor de oorlog:
1. Bedrijfsleider
2. Secretariaat
3. Bedrijfsleiding
4. Advertentieafdeling
5. Chefconstrukteur
6. Ontwerpbureau
7. Verkoopkantoor
8. Boekhouding
9. Kantoorleiding
10. Exportafdeling
11. Overlegkamer
12. Rekenkamer
13. Receptie
14. Personeelkantine
15. Keuken
16. Toilet en wasruimte
17. Bedrijfsingenieur, daarachter
Fabrieksleiding
18. Portier
19. Onderzoeksafdeling,
leerlingenwerkplaats,
daarachter motorenmontage

20. Montagewerkplaats,
drijfwerk-, freesstaart-
en afmontage
21. Schilderswerkplaats
22. Spuiterij
23. Opslag voor ruwe giet- en
smeedstukken, daarachter
onderdelenmagazijn
24. Onderdelenmagzijn voor afgewerkte onderdelen
25. Garage,
daarachter smederij
26. Lasserij, daarachter
verwarming en kookruimte
27. Transformatorruimte, daarachter
luchtbehandeling en sanitaire voorzieningen
28. Opstelruimte voor modellen
29. Opstelruimte voor proefmodellen
30. Machinehal
31. Harderij
32. Testruimte
33. Spoorwegaansluiting

plaatje Na de oprichting van de firma Bungartz & Co. in 1934 hield men zich naast de bouw van personenwagen-aanhangers ook met de bouw van grondfreesmachines bezig, volgens de ontwerpen van ingenieur Josef Fey. De foto toont de Fey-Gobiet-freesmachine type "Schatzgräber" (schatgraver), welke al vanaf 1927 gebouwd was en een 5 pk motor had. In tegenstelling tot de Siemens-frezen met verende haken had de Fey vaste messen aan de freesas, die met een drukveer slippend ingesteld konden worden. Mede door het voordeel van een ingebouwd differentieel, bewees deze konstruktie goede diensten in de bosbouw. Door de verkoop van deze Fey-frezen werd de firma Bungartz een geduchte concurrent voor de firma Siemens & Halske, welke reeds vele jaren grondfrezen bouwde. Het elektroconcern Siemens & Halske moest vanwege intene redenen de fabrikage beëindigen, en zo gebeurde na enkele onderhandelingen het onwaarschijnlijke, dat de kleine de grote opkocht. De firma Bungartz & Co. nam in augustus 1935 de fabrikage van de reeds bestaande Siemens-Bodenfräse K5 over. Bungartz verplichtte zich tevens, de onderdelenvoorziening voor de reeds geleverde Siemens-frezen te onderhouden, en nam ook het netwerk van Siemens-speciaalhandelaren over. Als chefingenieur werd ing. Schmidt van Siemens-Schukert overgenomen. De constructeur Josef Fey verbrak daarop de overeenkomst met Bungartz, later werden de Fey grondfrezen verder gebouwd door de machinefabriek Meyer-Brackwede.

Eerste eigen modellen

plaatje

Bungartz breidde nu eerst de fabrikatiemogelijkheden voor de Siemens-grondfrees uit en voegde aan dit eerste type in 1937 de Bungartz L3 met 4,5 pk DKW-motor toe, die als opvolger bedoeld was van de vroeger door Siemens geïmporteerde Zwitserse SIMAR-machines C2 en C3. In de volgende jaren verbeterde men de Bungartz grondfrees K5, bouwwijze Siemens (sterker drijfwerk, wielkoppelingen, krachtigere motor) en ook de L3 (2000 stuks geleverd), tot zich uit deze machines uiteindelijk de types 6 pk F70 en 4,5 pk F40 ontwikkelden. Als nieuwe machine bracht men de sterkere F90 met 8,5 pk DKW-motor uit. Omdat er naast de grondbewerking met freesmachines, tengevolge van de toenemende personeelstekorten in de tuinbouw behoefte ontstond aan een gemotoriseerde cultivator, ontwikkelde Bungartz voor dat nieuwe toepassingsgebied de motorhak H2 en zijn opvolger, de motorhak H3.

plaatje Van het begin af aan hechtte er Bungartz grote waarde aan, de ontwerp- en onderzoeksafdeling van zijn bedrijf zo veel mogelijk uit te bouwen, om zijn machines steeds als de modernste en beste aan de klanten te kunnen aanprijzen. De ontwikkelingen leidden daarbij niet alleen maar tot nieuwe types, maar er werd ook een heel scala aan aanbouwwerktuigen uitgebracht, zoals ploegen, pompen, maaiers en cultivators. Verder was het streven niet alleen maar machines te verkopen, maar de klanten ook voor te lichten. De talrijke dealers in binnen- en buitenland hebben deze klantendienst altijd op voorbeeldige wijze in stand gehouden. Door het gigantisch gegroeide aantal klanten en de door de oorlogsomstandigheden beperkte reismogelijkheden werd het wenselijk, af en toe direkt van de fabriek uit met de klanten in contact te treden. Vanaf 1941 werd hiertoe de "Bungartz-Fräsendienst" in het formaat A5 regelmatig uitgegeven (de foto toont de eerste uitgave van 1 maart 1941, 24 pagina's). Dit tijdschrift berichtte over fabrieksmatige vernieuwingen, gaf praktische tips, liet echter ook praktijkmensen aan het woord komen.

In de herfst van 1939 beschrijft de heer Johannes Sembdner, Bungartz-handelaar in Germering bij München, zijn ervaringen met o. a. de Bungartz L3: Meer dan 30 machines in een paar dagen verkocht en door mij gedemonstreerd! Daarbij waren 3 klanten die al hun tweede Bungartzfrees, bouwwijze Siemens kochten!
Geen wonder, wanneer men ziet, dat meer dan 20 % van de huidige produktie van de fa. Bungartz & Co., München, geëxporteerd wordt. En dit ondanks dat reeds in vele landen vandaag de dag grondfrezen gebouwd worden en Duitse produkten in vele staten zeer moeilijk te verkopen zijn als gevolg van de mateloze hetze die gevoerd wordt. Produkten die ondanks de grote binnen- en buitenlandse concurrentie toch zulke exportcijfers laten zien, moeten wel kwalitatief uitstekend zijn!
100 % van de gezamelijke uitgevoerde freesmachines uit Duitsland zijn volgens de nieuwste statistieken uitsluitend door de fa. Bungartz & Co., München, geleverd! Dit bewijst beter dan ieder getuigschrift (waarvan ik er toch enige van de laatste tijd laat volgen) de kwaliteit van de door mij geleverde machines. Alleen het allerbeste kan zich heden op de exportmarkt handhaven en dat beste is precies geschikt voor mijn klanten in de tuinbouw! Bungartzfrezen beheersen de markt. Van de gezamelijke Duitse export aan frezen en kleine trekkers bestreek alleen Bungartz in 1938 al 84 % en in 1939 tot nu toe zelfs 94,5 %! Van de totale afzet in Duitsland leverde alleen Bungartz financieel gezien al 80,2 %!

In de oorlog

plaatje

Hoewel mij van nationaalsocialistische sympathiën bij Bungartz absoluut niets bekend is, was men in 1941 wel trots op de bijdrage van de Bungartz-frezen aan de Duitse economie. Groenten en fruit namen in de oorlogstijd een steeds belangrijkere plaats in bij de voeding van de bevolking, uiteraard moest daardoor de tuinbouw steeds grotere inspanningen leveren. Ondanks het gebrek aan arbeiders en trekdieren konden de groententelers vooral door de inzet van grondbewerkingsmachines hun gigantische taak volbrengen. Vele bedrijven zouden zonder freesmachine hebben moeten stoppen, zoals vele toenmalige eigenaren aan de handelaren bevestigden. "Duizenden Bungartz-frezen zullen zo tot welzijn van hun eigenaren en van het hele Duitse volk een zegenrijke arbeid in de voedselvoorziening verrichten. Bungartz is leidend zowel in Duitsland als in de export. Zo komt de levering van Duitse kwaliteitsprodukten aan het buitenland door hun opbrengst aan deviezen en belangrijke importgoederen ook weer de Duitse economie ten goede."

Dat de verkoop tijdens de Tweede Wereldoorlog niet stilstond, tonen de verkoopscijfers van Bungartz-frezen:

tot 19405000
tot 194210.000
tot 194535.000


Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Bungartz-fabriek in München zwaar te leiden van de geallieerde bombardementen. Deze fotos tonen de herbouw van vernielde fabriekshallen in 1944:
plaatje plaatje plaatje plaatje
Met behulp van een kleine kring van medewerkers, echter met een grote schat aan ervaring, werd de vernielde fabriek weer opgebouwd. Reeds in 1945 leverde men alweer de eerste grondfrezen, die nog tussen de restanten van puin en as gebouwd waren. Dat de Bungartz-frezen ongeschikt waren voor militaire doeleinden, was een voordeel bij de toewijzing van grondstoffen.

In 1953 had Bungartz & Co. alweer circa 350 medewerkers. Van 1945 tot 1953 leverde men 8000 hakfrezen en 11.500 tweewielige trekkers uit, waarvan er echter 20 % nog bij toeleveranciers waren gemaakt. Oorzaken voor de grote vraag naar Bungartz-frezen waren de verwerking van hoogwaardig materiaal en de goede afdichting tegen vuil en stof.

De grote tweewielers

De ontwerpafdeling greep de gelegenheid met beide handen aan. Men had een vervanger nodig voor de grote freesmachine F90, welke na de oorlog met 10,5 pk Ilo-motor geleverd geworden was. Deze machine was eigenlijk alleen maar als freesmachine te gebruiken, de tuinders wilden echter meer werkzaamheden met hun machine kunnen utvoeren. Bij de tegen het einde van de veertiger jaren op de markt gebrachte tweewielige trekker Bungartz U1 produceerde men vanaf de 11 pk Bungartz petroleummotor tot en met het drijfwerk en het maaiwerk nagenoeg alles bij Bungartz zelf. De machine was echter ook met 10,5 pk Ilo benzine- of petroleummotor, of 14 pk Stihl dieselmotor verkrijgbaar. De U1 was zeer veelzijdig inzetbaar: de leverbare aanbouwwerktuigen stelden de tuinders in staat om met met de machine 25 verscheidene werkzaamheden uit te voeren, en vervingen daardoor 15 andere machines.

plaatje plaatje
Als opvolger voor de U1 werd vanaf 1953 de Bungartz L5 aangeboden, om te beginnen aangedreven door dezelfde Bungartz- of Stihl-motor als de U1. Zeer succesvol werd de L5 echter pas door de opbouw van 10 of 12 pk Sachs tweetakt dieselmotoren (door Max Holder ontwikkeld), en de 13 pk Hatz viertakt dieselmotor. De L5 beschikte over versnellingen dan de U1, bovendien had hij ook, in tegenstelling tot zijn voorganger, seriematig een blokkeerbaar differentieel in het drijfwerk. De goede kwaliteit van de Bungartz L5 blijkt wel uit het feit dat hij tot 1969 in het leverprogramma bleef!

In samenwerking met de firma Hummel, Heitersheim, werd een aanhangwagen ontwikkeld, waarvan via de aftakas van de tweewielige trekker de wielen aangedreven konden worden. Zo ontstond een viewielaangedreven trekker, met als voordeel dat de belasting van de aanhanger bijdroeg tot de trekkracht.

Ook de zelfgebouwde Bungartz-aanhangers bleven natuurlijk leverbaar. Personenwagen-aanhangers bouwde Bungartz in ieder geval nog tot de oorlog, de aanhangers voor tweewielige en vierwielige trekkers werden tot in de zestiger jaren doorontwikkeld en in vele varianten aangeboden.

De kleine tweewielers

Als vervanger voor de motorhak H2 kwam men in 1940 met de Bungartz H3 op de markt. Deze was eerst met Sachs-benzinemotoren van 2 of 3 pk uitgevoerd, na de oorlog echter met 4 pk TWN-motoren (Triumph Werke Nürnberg). Van de H3 alleen al werden tot 1945 5000 exemplaren gebouwd, in 1954 waren dat er 8000 geworden. Daarna werd hij door de H3N met 4 pk Sachs-motor opgevolgd.

Uit de middelzware tweewielfrees F40 waren intussen de Bungartz F55 en FR voortgekomen, waarbij de laatste twee voor- en twee achteruitversnellingen alsook optionele wielkoppelingen had. Beide waren met 6 pk TWN-motor leverbaar, de FR ook met 6 pk Ilo tweetakt- of Universal viertaktmotor. De Universal-motor werd betrokken bij de firma Alfred Berning in Schwelm (Westfalen), die deze benzinemotoren in licensie bouwde voor de Zwitserse firma Universal.

Ook in deze categorie tweewielers wilden de tuinders meer gebruiksmogelijkheden hebben. In 1953 werd daarom de Bungartz H4 geïnstroduceerd, een machine met vier voor- en twee achteruitversnellingen. Er leken ongelooflijk veel mogelijkheden in het relatief kleine drijfwerk ingebouwd te ziten. De toepassing van de gepatenteerde Bungartz snelkoppeling maakte het wisselen van de aanbouwwerktuigen zeer eenvoudig. De motor was een 5 pk benzinemotor, eerst van TWN (H4 serie 1), later van Fichtel & Sachs (H4 serie 2, 3 en 4). De H4 had een hele serie opvolgers, waarbij telkens meer mogelijkheden in het haast gelijkvormig blijvende drijfwerk verstopt werden:
FRN (serie 4) in 1955 en 1956, 6 - 7,5 pk Sachs benzinemotor, 4 voor- en 2 achteruitversnelling.
H5 (serie 5) van 1957 tot 1959, deze machine was de goedkope uitvoering van de FRN, met een slechts 5 pk motor.
FRK en FRNK (serie 5), gebouwd van 1957 tot 1959, 6 voor- en 2 achteruitversnellingen, benzine- of dieselmotor.
FRNK (series 6 en 7), 1959 tot 1961, met ingebouwd blokkeerbaar differentieel, benzine- of dieselmotor.
H5 (series 6 en 7), 1959 tot 1961, 7,5 pk Sachs benzinemotor, drijfwerk zonder differentieel en kruipgang (dus 3+1 versnellingen).

De Bungartz FRNK was hiermee intussen natuurlijk uitgegroeid tot een middelzware tweewielige trekker.

Middelzware tweelielige trekkers

Toen er bij de Bungartz FK (serie 8) dan vanaf 1961 ook nog een gangonafhankelijke aftakas bij moest, moest men eindelijk een geheel nieuw drijfwerkhuis ontwikkelen. Dit mechanisch zeer fijngebouwde drijfwerk had 4 voor- en 3 achteruitversnellingen, alsook voldifferentieel en aan beide zijden een wielkoppeling, later zelfs nog uitgebreid met stuurremmen. De FK was leverbaar met tweeslag of vierslag benzine- of dieselmotor van 8 tot 10 pk. De meest geslaagd uitvoering was die met de 8 pk Berning vierslag dieselmotor, gebouwd door Alfred Berning in Schwelm.

Klaarblijkelijk vond een deel van de klantenkring de Bungartz FK te gecompliceerd, en daarmee te duur. Daarom stelde men in 1963 de Bungartz H6 voor, op de markt gebracht onder de benaming Bungartz F6. Deze machine had alweer een kompleet nieuw drijfwerk, ditmaal sterk vereenvoudigd en met kegeltandwielen in plaats van de tot dan toe gebruikelijke wormoverbrenging. Deze machine was uitgerust met drie voor- en een achteruitversnelling, en een op slechts 1 wiel werkende wielkoppeling om te sturen. De versnellingen waren perfekt gepositioneerd voor frees-, ploeg- alsmede transportwerk. Voor transportdoeleinden konden als extra naast de drijfwerkrem nog op beide wielnaven werkende bandremmen opgebouwd worden. De F6 kon weer met een heel scala aan verschillende motoren aan alle wensen van de klant voldoen. Zo was daar de Sachs tweeslagmotor, maar ook de 9 pk sterke BMW Industriemotor type 403 (een aanpassing van de BMW Isetta-motor). Het meest ziet men de F6 echter met de 7 pk vierslag dieselmotor E79 van de firma Hatz, Ruhstorf. Voor de kwaliteit van de F6 spreekt wel, dat hij bijna 30 jaar nieuw leverbaar bleef, en nog steeds veel gevraagd is.

Vierradschlepper

Met de door de heer Koppmair ontwikkelde protoypes T1 en T2 waagde Bungartz zich in 1953 op de markt voor vierwielige trekkers. Op de DLG-tentoonstelling in Keulen presenteerde de fabriek de freestrekker Bungartz T3, een doorontwikkeling van de tweewieler U1. De T3 was naar keuze met eigen 11 pk benzine/petroleummotor of met 14 pk Stihl dieselmotor te verkrijgen. Smalle bouwwijze, 6-versnellingdrijfwerk en een interessant programma aan aanbouwwerkruigen stonden ter beschikking. Heel bijzonder aan de T3 waren de bij grote stuuruitslag automatisch aangrijpende stuurremmen.

Succesvoller dan de T3 werd de in 1956/57 ontwikkelde 12 tot 13 pk sterke Bungartz T5, ditmaal op basis van de tweewieler L5. Helaas kwam hij precies op het tijdstip uit, dat de markt voor agrarische trekkers drastisch ineenkromp. Zeker was de T5 niet voor ieder bedrijf bedoeld, des te meer echter als speciaaltrekker voor intensieve rijencultures alsook voor onderhoudswerk. Bungartz bleef dus met de grootschalige tuinbouw, een belangrijke afnemer voor de Münchener tweewielers, in nauw contact. Hiermee in overeenstemming was de techniek: smalle bouwwijze, geschikt voor hellingen, motorhydrauliek, goed doordacht drijfwerk en zeer wendbaar met de kleinst mogelijke draaicirkel, aangevuld met uiteenlopende aanbouwwerktuigen zoals frees, beregeningpomp of persluchthamer; deze toonde, dat Bungartz met de T5 wel wat bijzonders had geschapen. Opmerkenswaardig is nog de gepatenteerde 90-graden-stuurinrichting. Deze maakte een welhaast haakse wieluitslag mogelijk, welke, geholpen door grote wielremmen, wenden rond een van de achterwielen toestond.

Nieuwe Bungartz-fabriek

plaatje Het zwaartepunt in de ontwikkeling van de firma Bungartz & Co. lag bij roterende grondbewerkingswerktuigen. Deze werktuigen zijn overal op hun plaats, waar humusrijke grond voor intensieve cultures voorhanden is, dus voornamelijk in de tuinbouw. Bovendien is deze soort van grondbewerking in de bosbouw, in de fruitteelt en in de wijnbouw zeer geschikt. Bijzondere betekenis heeft de grondbewerking met roterende werktuigen in hete gebieden, zoals het Middellandsezeegebied, in Zuid-Afrika en Zuid- en Midden-Amerika. Bij de daar optredende omstandigheden is een grondbewerking überhaupt slechts met bijzonder robuuste roterende werktuigen mogelijk. Vandaar dat de firma Bungartz & Co. begin 1958 een export-aandeel van meer dan 40 % had. Zij beheerste met haar trekkers en speciale aanbouwwerktuigen voor roterende grondbewerking het Middellandsezeegebied, daarnaast werden de machines in meer dan 60 landen wereldwijd verkocht.

De groei van de aktiviteiten maakte de uitbreiding van de fabrieksgebouwen noodzakelijk, die begin 1958 in gebruik genomen konden worden. Aan de Neumarkter Straße werd een zeer moderne fabriek met bijpassende kantoren, tentoonstellings-, klantenservice- en opslaggebouwen opgericht. De fabriek had toendertijd meer dan 320 werknemers, leidinggevenden en leerlingen in dienst. De firma Bungartz & Co. had tegen 1958 meer dan 36.000 trekkers van uiteelopende aard en grootte gemaakt. Daar er daarvoor Siemens-frezen gebouwd werden, kan men de bij de firma Siemens & Halske geproduceerde machines optellen bij de ervaring van Bungartz, zodat de firma Bungartz & Co. toendertijd op ervaring bij het bouwen van ongeveer 50.000 trekkers en grondfreesmachines kon terugblikken.

De firma Bungartz & Co. zelf had tot 1958 aan lonen en salarissen 14,3 miljoen Mark uitbetaald. In deze periode werd aan sociale lasten (werkgeveraandeel) 2,1 miljoen Mark en aan loonbelasting nog eens 2,1 miljoen Mark opgebracht. De aktiviteiten van de firma Bungartz & Co. hebben de Beierse economie dus tot 1958 in totaal 18,5 miljoen Mark opgeleverd.

plaatje plaatje



Links: De fabrieksingang in het nieuwe kantoorgebouw.

Rechts: Blik in een fabriekshal, waar de frezen aan de lopende band worden gemaakt.

De waarde van de nieuwbouw aan de Neumarkter Straße bedroeg inclusief de grondkosten 1,85 miljoen Mark. Aan machines en gereedschappen werden bij de bouw nog eens 1,8 miljoen Mark geïnvesteerd. De stijgende omzet in de tweewielige-trekkerindustrie (in tegenstelling tot de normale trekkerindustrie) en de uitbreiding van de verkooporganisatie van de firma Bungartz & Co. hadden in het jaar 1957 een netto-omzet van ruim 8 miljoen Mark als resultaat.

Bungartz in het buitenland

In Nederland werden de Bungartz-tweewielers geïmporteerd door de firma Dilling & Rokahr in Rotterdam. Na de Tweede Wereldoorlog werd dit overgenomen door de speciaal voor dit doel opgerichte firma Agincore NV in Amsterdam, later Diemen. Met veel succes leverde men de Bungartz-frezen en later ook de trekkers aan de Hollandse tuinders. De Belgische importeur was de firma Edmond Isbeque in Brussel / Schaarbeek. Hoewel Bungartz-frezen ook naar Frankrijk werden geleverd, gaf men een fabrikagelicentie aan de firma Ellecinque.

In de USA werden voornamelijk Bungartz vierwieltrekkers geleverd, waarvan de meeste van het type T5. Deze werden verkocht via de alleenimporteur voor Canada en de USA, Burton Supply Co., Inc. in Youngstown (Ohio). Men had bijkantoren in Columbus (Ohio), Dunkirk (Ohio), Bedford (Pennsylvania) en Harrisburg (Pennsylvania).

plaatje Ook ten minste 1 motorhak H1 vond zijn weg naar de USA, geleverd door de "Universal Tractor Corp., US representatives for Maschinenfabrik Bungartz, Germany", 50 Broad Street, New York. Bovendien waren de Bungartz FRN en L5 zelfs met Wisconsin-motor verkrijgbaar!

Weinig succes had de door Bungartz gezamenlijk met motorenfabrikant Hatz, Ruhstorf, in Brazilië gestarte onderneming, om via de firma AGRISA een licentiefabrikage van de Bungartz-trekker T5 op te zetten. Ten minste enkele Bungartz L5 werden wel geproduceerd.

Nieuwe produkten

De opgeschroefde capaciteit van de nieuwe Bungartz-fabriek benutte men onder andere voor het uitbreiden van de trekkerproduktie. Zo werd aan de tot 13 pk versterkte T5, de 20 pk sterke Bungartz T6 toegevoegd. Deze trekker met tweecilinder MWM-motor en 6+1-versnellings Hurth-drijfwerk had als bijzonderheid een extra aftakas onder de trekker, voor directe aandrijving van een zijdelings gemonteerde maaibalk. De Bungartz T7 met 34 pk VW Industriemotor, later ook met 20 pk MWM-motor, liet ook niet lang op zich wachten. De T7 had hetzelfde Bungartz-drijfwerk als de T5, het verschil tussen de twee modellen zat alleen in het motorvermogen.

In 1959 presenteerde Bungartz een opvolger voor de H3N: de Bungartz H1 was de eerste eenwielige motorhak uit de Münchener fabriek. Uitgevoerd met een 2,5, later 4 PS Sachs-benzinemotor konden tot 1968 rond de 5500 exemplaren van deze motorhak verkocht worden. Tegen het einde van de produktie was hij ook met een 6 pk Ilo-motor leverbaar. Door de opbouw met slechts een, aangedreven, wiel in plaats van twee zoals bij alle voorgaande Bungartz-motorhakken, vergrootte men de inzetbaarheid ervan vooral bij onkruidbestrijding in rijencultures.

Halverwege de zestiger jaren ontstond bij tuinders de vraag naar kleinere trekkers. Daarom ontwikkelde men een smalle uitvoering van de T5 en de T7, Bungartz T5E respectievelijk T7E genaamd, waarvan de grootste breedte 73 cm bedroeg. Deze werden aangedreven door een 13 of een 16 pk Hatz-diesel of 29 pk VW-motor. Het kon nog kleiner: de op de tweewieler F6 gebaseerde Bungartz T4 was uitgerust met een 7 pk Hatz-dieselmotor, had 3 vooruit- en 1 achteruitversnelling. Met behulp van een handpomp kon de hydraulische hefinrichting bediend worden. Vooral in de Hollandse kassencomplexen werd de T4 ingezet voor frees-, spit- en transportwerk.

Samen verder

plaatje De verkoop liep bij Bungartz op zich niet slecht, maar meer dan 300 nieuwe trekkers per jaar wilden het gewoon niet worden. Zonder enige twijfel lag dit aantal te laag om de teruglopende frezenproduktie enigszins te compenseren. Allen buitenstaanders waren nog verrast, toen in 1965 bekend werd gemaakt dat Bungartz een groot deel van zijn Münchener fabrieksgebouwen aan de schokdemperfabrikant Boge GmbH had verkocht.

plaatje De opbrengst van die verkoop was voldoende om voorlopig trekkers te kunnen blijven maken. Als compagnon bood zich de bouwmachinefabrikant Karl Peschke uit Zweibrücken aan, die met de driewielige PEKAZETT-hellingtrekker UF 260 bezig was om een technisch interessant uitstapje op het gebied van specialistische bosbouwtrekkers te maken. Bungartz en Peschke kwamen nog in 1965 overeen om een gemeenschappelijke machinefabriek op te zetten, die in Hornbach (Saarland) nieuwe fabrieksgebouwen zou moeten neerzetten. Midden 1966 was het dan zover. De gehele bekende Bungartz-produktie, bestaand uit eenwielige motorhakken, tweewielige trekkers alsook vierwielige speciaaltrekkers met een vermogen tussen de 8 en 40 pk, kwam in verbeterde uitvoering onder de merknaam "Bungartz & Peschke" op de markt.



plaatje plaatje Moderne inzichten in bedrijfskunde en industrie-architectuur bepaalden de constructie van groot opgezette gebouwen voor de produktie van Bungartz-trekkers op het industrieterrein in Hornbach (Pfalz). Alle montageafdelingen, technische kantoren en de bedrijfsleiding waren daarin onder één dak samengebracht. De doelmatige inrichting en de afwikkeling van materialstromen en de arbeidsvolgorde leverde een efficiënte opstelling in overzichtelijke afdelingen op. Deze doeleinden zijn te zien op de foto's van de fabriek in Hornbach. De fabrikageinrichtingen en de technische ontwikkelingmogelijkheden daar boden, tezamen met de metaalgieterij en de plaatwerkerij van de zusterfabriek in Zweibrücken een grote produktiecapaciteit, welke de traditie van de naam Bungartz voortzette.

In de regio's met intensieve hop-, wijn- en groententeelt werd eind zestiger jaren door de vierwielaangedreven smalspoortrekker Bungartz T8DA met 30 pk Deutz-dieselmotor, alsook door de nog sterkere Bungartz T9HA50 met een 50 pk Hatz-motor talloze vrienden gemaakt.
De Bungartz T8DA was gebaseerd op de Dexheimer Allrad 222, welke door de Maschinenfabrik Dexheimer GmbH in Wallertheim gebouwd werd. Dexheimer ontwikkelde de Allrad 222 in 1965. Dexheimer bezat een patent waarbij de vooras 8 graden naar achteren gekanteld werd ingebouwd, om een zo groot mogelijke stuuruitslag te realiseren. Bungartz gebruikte precies dezelfde constructie en kwam daardoor in aanvaring met Dexheimer. Uiteindelijk verkocht Dexheimer Bungartz een licentie voor de fabricage van deze constructie. Dexheimer bouwde tot begin 2014 nog steeds tuinbouwtrekkers.
De T8 en T9 hielpen Bungartz & Peschke in 1969 aan de beste jaaromzet ooit, met 459 nieuwe trekkers. Daarna zakten de verkoopcijfers echter weer tot een bedrijfsmatig onbevredigend niveau af.

plaatje Als DE oplossing voor alle mogelijke werkzaamheden bij plantsoenendiensten bood Bungartz & Peschke vanaf 1968 de Bungartz Kommutrac aan. Voor deze machine werd niet iets beschikbaars omgebouwd of aangepast, deze multifunktionele systemeenheid werd van de grond af nieuw vormgegeven. Het voertuig werd ontwikkeld met het oog op alle onderhoudswerkzaamheden in parken en sportcomplexen en voor alle wegonderhoud in de winter. Het kon achter, voor en in het midden werktuigen middels genormeerde aansluitingen heffen en aandrijven door middel van zijn rijkelijke hydraulikuitrusting. Interessant was de Duo-besturing met tweevoudige pedalen, tweevoudige besturing en 180 graden draaibare comfortable bestuurderszitting. Het Hurth-trekkerdrijfwerk had 6 vooruit- en 6 achteruitversnellingen, in beide rijrichtingen omkeerbaar, de motor was de 40 pk VW-Industriemotor. Als extra leverbaar waren fronthefinrichting, frontaftakas, vierwielaandrijving, cabine en Hatz-dieselmotor. De Kommutrac bleef tot het einde in het leverprogramma met vele speciale aanbouwwerktuigen. Na de overname door Gutbrod werd de machine door deze firma verder doorontwikkeld en als Gutbrod Kommutrac verkocht.

Einde van een succesverhaal

plaatje
Met de verkoop van de produkten plantsoenen- en wijnbergtrekkers aan de firma Gutbrod, Saarbrücken-Bübingen in 1974 eindigde het tijdperk Bungartz in de Duitse trekkerbouw. Hieraan had men niet zo zeer vanuit het oogpunt van aantallen verkochte trekkers, des te meer echter met hun consequente ontwikkeling van speciaaltrekkers belangrijke impulsen gegeven. De firma Gutbrod bouwde de T8, T9 en Kommutrac nog enige tijd zelf en ontwikkelde daaruit nieuwere tuinbouwtrekkers. De firma Karl Peschke fabriceerde de Kommutrac ook nog verder, tevens ook de tweewieler F6. Uiteindelijk kocht in 1976 de firma Gutbrod ook de Hornbachse fabrieksgebouwen zelf, en begon daarin een moderne gazonmaaierfabriek.

De firma Bungartz & Co. stond onder leiding van Dr. Everhard Bungartz, die door zijn bedrijfsmatige vooruitblik in de loop van meer dan een kwart eeuw uit een toenmalig verhoudingsgewijs klein bedrijfje, een firma met wereldfaam schiep, welke zelfs door moeilijke tijden heen ook door de buitenlandse concurrentie erkend werd. In de loop van 40 jaar heeft men 30 verschillende trekkertypen ontwikkeld, en daarnaast nog eens 50 typen motorhakken en tweewielige trekkers. Dr. Bungartz overleed in 1984.


plaatje Anno 2003 is in Hornbach van de firma Bungartz & Peschke niets meer te vinden. Aan de Gutbrodstraße bevindt zich nog het fabrieksgebouw, waar MTD-gazonmaaiers van de band rolden. MTD gebruikt het gehele complex sinds 2006 als centraal onderdelenmagazijn (voorheen in thuisbasis Saarbrücken gevestigd) voor alle klanten in Europa, Afrika en Rusland. Er werken permanent 50 mensen in Hornbach; bij drukte zelfs wel 75. De centrale ligging in het hart van Europa maakt het mogelijk om vanuit Hornbach alle belangrijke markten binnen 24-48 uur te kunnen bedienen. Daarnaast is sinds 2011 in Hornbach ook het nieuwe after-sales-merk ARNOLD geïntegreerd als onderdelenspecialist voor verschillende productgroepen, zie www.arnoldproducts.eu of MTD after-sales-video met complete rondleiding door het magazijn.

De PEKAZETT (PKZ = Peschke Karl Zweibrücken) kranen worden nog steeds gebouwd door KSD Kransysteme GmbH in Zweibrücken.


Holter Maschinenhandel

plaatje De complete onderdelendienst van de firma Bungartz & Peschke werd op 1 juni 1974 aangekocht door de heer Josef Bachmaier, voor zijn Holter Maschinenhandel in Schloß Holte-Stukenbrock. De heer Bachmair, in 1926 geboren, werd in 1941 koopmansleerling bij Bungartz in München. Sinds die tijd is hij ononderbroken in de machinehandel werkzaam geweest: vanaf 1941 in de technische binnendienst, van 1955 tot 1969 in de buitendienst. Op 1 januari 1970 begon hij voor zichzelf met de oprichting van de Holter Maschinenhandel, en verwierf de fabrieksvertegenwoordiging voor Bungartz & Peschke alsmede na verloop van tijd voor vele andere fabrikanten. Tot 1992 werden bij de HMH nog Bungartz F6 gemaakt. Nog steeds heeft men vele Bungartz onderdelen in voorraad, of laat ze zelfs nieuw bijmaken.

Impressum
plaatje Return to my Bungartz page

© 1996-2014 Michiel Hooijberg